maandag 21 juli 2014

KASTEEL DE NEVELHORST EN DE WRAAK VAN EEN RIDDER

Even ten westen van Didam, een dorp in de Liemers(Gld) lag lang geleden kasteel de Nevelhorst. Het slot is al eeuwen geleden verdwenen. In 1846 stond er een boerenhoeve op de plaats waar het eens gestaan had. De Nevelhorst was een van de vele kastelen en havezathen die de Liemers vroeger kende; helaas is het overgrote deel daarvan in de loop der tijd verdwenen. Op de Nevelhorst woonde lang geleden een ridder die in de wijde omgeving in hoog aanzien stond. Deze ridder had een mooie dochter, Fredegunde genaamd. Toen plotseling overal in West-Europa een beroep werd gedaan op alle strijdbare mannen om het Heilige Land te bevrijden van de Saracenen twijfelde de kasteelheer van de Nevelhorst geen ogenblik om aan deze oproep gehoor te geven. Alvorens hij zijn reis begon zorgde hij er voor dat zijn dochter veilig achterbleef door haar uit te huwen aan ene Diederik. Jaren vol vrolijke feesten en riddertoernooien gingen voorbij totdat een droevige tijding de Nevelhorst bereikte. Fredegunde's vader was op weg naar het Heilige Land door rovers overvallen en in het gevecht gesneuveld. Diederik besloot onmiddellijk zijn schoonvader te wreken en begaf zich eveneens op weg naar dat verre land. Voor zijn vertrek zwoer Fredegunde hem trouw tot in de dood. Opnieuw verstreken vele jaren en tenslotte begon Fredegunde te twijfelen aan Diederiks terugkeer. Ze vreesde dat hij eveneens was omgekomen. Na lange overwegingen besloot ze opnieuw te trouwen. Ze liet een toernooi uitschrijven waarvan de winnaar haar nieuwe echtgenoot zou worden. Toen een ridder na enige gevechten al helemaal zeker leek te zijn van zijn overwinning verscheen er nog een ridder met een van goud schitterend harnas en een kruis op de borst. Er volgde een gevecht van leven op dood dat door de laatst aangekomenen gewonnen werd. De ridder weigerde echter zijn naam en herkomst bekend te maken alvorens het middernacht zou zijn. Het huwelijksfeest begon direct na het toernooi en er werd muziek gemaakt, gegeten en gedanst. Toen het middernachtelijk uur had geslagen opende de geheimzinnige ridder zijn vizier. Een doodshoofd staarde Fredegunde aan. Het was de op het slagveld overleden Diederik die zijn rechten op kwam eisen. Meteen week de vloer van de ridderzaal uiteen en Fredegunde en de doodsridder verdwenen in een diepe afgrond. Daarop sloot de vloer zich weer en alle gasten ontvluchtten in paniek de burcht. De Nevelhorst verviel tot een ruine die tenslotte gesloopt werd. Een boerenhoeve die veel later op de plek gebouwd werd verdween eveneens. Er staat geen steen meer op de andere maar nog altijd kan men in de omgeving 's nachts een vrouw horen klagen en een ridder over de bijna verdwenen wallen zien rijden.

woensdag 16 juli 2014

STANTON DREW STONECIRCLES, SOMERSET

In het noordelijk deel van Somerset en ten oosten van Bristol liggen in een landelijke omgeving de twee steencirkels van Stanton Drew. De grootste cikel is, op die van Avebury na, de grootste van Groot Brittannie. De meeste stenen zijn verdwenen of omgevallen maar enkele exemplaren staan nog overeind. Vanaf de rivier de Chew loopt een avenue naar deze cirkel, een verschijnsel dat we ook van Stonehenge kennen. De steencirkels zijn omstreeks 2700 voor Christus gebouwd. Een drietal stenen, The Cove, bij de lokale pub, is 1000 jaar eerder opgetrokken. Volgens de overlevering waren de stenen ooit gasten van een bruiloftsfeest die tot zondagmorgen door dansten en daarom voor straf door de duivel in stenen werden veranderd.

dinsdag 15 juli 2014

DE LOCHEMSE BERG, EEN HEUVELRUG MET GEHEIMEN










In overoude tijden tijdens gure ijsstormen gevormd door gletsjers uit het hoge noorden. De kale zandberg was omringd door gestolde onafzienbare sneeuwmassa's. Alles wat leefde was ver naar het zuiden verdwenen.


Later bedekten ijzige poolwinden het landschap met dikke lagen fijn zand.


De warmte keerde terug en er kwamen uitgestrekte wouden en moerassen. Jagers werden boeren en legden grafheuvels voor hun doden aan. Priesteressen bewaakten de necropolen en de toegang naar de Andere Wereld.


Later toen men de oude tijd niet meer begreep werden ze witte wieven genoemd en kwamen ze in een kwaad daglicht te staan.


De Lochemse Berg was eeuwenlang een groene oase temidden van uitgebreide heidevelden en moerassen. Kleine dorpjes lagen in deze eenzame streken en hier en daar een kasteelruïne of landhuis waarover mysterieuze verhalen de ronde deden. Wanneer de dagen korter werden werd het afgezonderde bestaan des te meer gevoeld in de boerenhoeven die dan omgeven waren door volledige duisternis en vaak ook door nevelen. Bij het haardvuur werden dan oeroude verhalen over witte wieven verteld.

maandag 14 juli 2014

HET SOLSE GAT, EEN MYSTERIEUZE PLEK OP DE VELUWE




Diep in de Veluwse bossen, niet ver van de vlek Drie ten oosten van Putten, ligt een plas op de plek waar volgens de overlevering ooit een klooster gestaan zou hebben. De monniken leidden er een leven van feesten en overmatig drinken wat uiteraard niet onbestraft kon blijven. Op een kerstnacht vier eeuwen geleden brak een enorm onweer los waarbij het gebouw met bewoners en al pruttelend in de moerassige bodem verdween. Men schijnt er soms nog een kerkklok te kunnen horen luiden.

In de omgeving vindt men de 'dansende' bossen van Speulde en het Boshuis bij Drie is een oeroude pleisterplaats waarvan de geschiedenis tot de Vroege Middeeuwen teruggaat. In de bossen en aangrenzende heidevelden liggen tientallen grafheuvels uit de Nieuwe Steentijd en de Bronstijd. De nederzettingen uit die tijd lagen langs de Leuvenumse en Hierdense Beek.

Wat meer naar het oosten ligt in een moerassig gebied kasteel Staverden.

Er spookt een adelijke zwarte vrouw rond die er treurt om een verloren geliefde.

DE DUIVELSSTEEN IN DE ONZALIGE BOSSEN BIJ DE STEEG, GEM.RHEDEN










Langs de zuidoostelijke Veluwezoom ligt het dorpje De Steeg. Van hier voert een kronkelende weg naar het hoogste deel van de heuvelrug die 150.000 jaar geleden door een enorme gletsjer werd opgestuwd. Vanaf de Posbank kun je bij helder weer tot in Duitsland kijken.

Slechts enige honderden meters vanaf De Steeg ligt een parkeerplaats van waar je naar restaurant de Carolinahoeve kunt wandelen. Na nauwelijks 100 meter zie je een voetpad door de weilanden naar de bosrand lopen. Aan het eind is een klaphek waar je een pad naar rechts vindt. Al snel sta je op een open plek bij een grote zwerfsteen die daar niet toevallig terecht lijkt te zijn gekomen.

Volgens een oude overlevering had de duivel, die in de heuvels van Montferland rond spookte, het aan de stok gekregen met de bewoners van het stadje Doesburg. Uit woede smeet hij een grote steen naar hen toe maar het gevaarte vloeg langs de plaats en belandde bij de Onzalige Bossen op een heuvel. Een afdruk van zijn bokkepoot in de steen is nog goed te steen.

Er zijn mysterieuze fenomenen op deze plek waargenomen.

zaterdag 12 juli 2014

HET TUINPAD VAN.........



'Het tuinpad van mijn vader', een liedje van Wim Sonneveld, nostalgie uit de goede oude tijd. Ik had een tuinpad van mijn moeder, oftewel van mijn grootouders. Het was een zandpad dat langs hun boerenhuisje liep en grensde aan een akker waar 's zomers rogge groeide. Meestal werd het graan net gemaaid wanneer ik er logeerde. Dan werden de korenschoven samengebonden en rechtop neergezet. Daar kon je dan lekker tegen aan zitten en kijken naar de korenbloemen en klaprozen.



Bij het huisje stond een waterpomp; waterleiding was er nog niet. Er was een mooie kamer, een heuse deel en een opkamer waar het 's nachts soms om onverklaarbare reden licht werd. Soms moest ik even helpen in de moestuin.


Na een hete dag kon het er enorm onweren. De hemel kreeg dan paarse en groene tinten en de wolken leken kolkend dichterbij te komen. Het laatste zonlicht verdween en een donkere schaduw rolde over de velden naderbij. Een plotselinge bliksemflits zette het firmament in vuur en vlam en een aanzwellende wind kwam over het landschap aan razen. De storm gierde rond het huis, rukte aan de luiken en blies angstaanjagende geluiden door de kieren in de muren. Een stortvloed van hemelwater daalde op de aarde neer. Op de akker zagen we de korenschovenomvallen en weggeblazen worden. De hemel was verduisterd en de storm huilde over het land.


Als 's avonds de lucht weer was opgeklaard en nevelslierten boven de velden hingen wees mijn opa naar de bossen in het zuiden. 'Daar', zei hij, 'wonen de witte wieven in hun grafheuvels. Het is er niet pluis.'