donderdag 29 januari 2015

Enya - The Celts (video)

DE KELTEN

In het midden van de 19e eeuw werden in het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt bijna 900 graven blootgelegd van een bevolking die al sinds de 10e eeuw voor Christus mijnen groef in de nabijgelegen bergen waar zich kostbare zoutlagen bevonden. In de graven werden veel ijzeren wapens en werktuigen aangetroffen, zoveel dat archeologen later besloten om deze vondsten als de eerste karakteristieke bewijzen voor de IJzertijd aan te merken. Mijnwerkersgereedschappen diep uit de krochten van de aarde herinneren aan het zware werk dat hier verzet werd.
Met de vondsten uit Hallstatt traden de Kelten voor het eerst in het licht van de historie. Vanaf ongeveer 700 voor Christus zouden zij vanuit Oostenrijk en Zuid-Duitsland naar alle windrichtingen uitwaaieren, steeds verder op zoek naar nieuwe landbouwgronden. Zij vonden de ijzeren ploeg uit waardoor ook moeilijk bewerkbare bodems te lijf konden worden gegaan. Na vier eeuwen woonden hun nazaten langs alle westelijke kusten van de Atlantische Oceaan, van Ierland tot in Portugal. In het zuiden vond men hun nederzettingen tot in Noord-Italië en in het oosten tot diep in Turkije. Overal waren hun, soms kolossale heuvelforten en vorstengraven met rijke inhoud te vinden.
De Kelten waren niet uit op het stichten van een rijk. Elke stam had zijn eigen grondgebied en er was regelmatig onderlinge strijd. Zij hadden groot respect voor de hen omringende natuur die bevolkt werd door talloze goden en godinnen die in wouden, rivieren, meren en bergen huisden. Vooral in de Ierse en Welshe mythologie is veel bewaard gebleven van hun wereldbeeld en religie. Hun lot was dat in de eeuwen waarin zij een groot deel van Europa veroverden er in het zuiden een stad was die hetzelfde doel voor ogen had: Rome. In de eeuwen die volgden zou de strijd met de Romeinen in al hun gebieden uitbreken.

woensdag 28 januari 2015

DARTMOOR; LAND VAN GRANIET, HEIDE EN GEVAARLIJKE MOERASSEN


Als depressies over de oceaan het zuidwesten van Engeland bereiken kun je er verzekerd van zijn dat er zich dikke wolken boven Dartmoor samenpakken om hun lading regenwater neer te laten op het onherbergzame heuvellandschap. Op zulke momenten is het er slecht vertoeven want het hemelwater kan er genadeloos hard neerkomen en beken doen aanzwellen tot kleine rivieren die binnen de kortste tijd wegen in dalen blank zetten. Ooit werd ik overvallen door zo'n gigantische stortbui nadat ik de steencirkel Grey Wethers, niet ver van Postbridge, had bezocht.
Ik probeerde zo snel mogelijk de verkeersweg bij het dorpje te bereiken in de wetenschap dat daar een vlammende open haard in het B&B-adres wachtte. In hoog tempo door de stromende regen lopend had ik nauwelijks oog voor de veranderende vegetatie..... De weg waarover ik auto's zag passeren was immers nog maar enige honderden meters van mij verwijderd. De vaste grond maakte plaats voor plassen met rietpollen die ik gebruikte om me verder te verplaatsen.
Plotseling merkte ik dat de grond bewoog, de aarde deinde onder mijn voeten op en neer. Ik liep over moerasgrond.............. Razendsnel draaide ik me om en keerde terug op mijn schreden. Hoe ik de vaste grond weer heb bereikt weet ik niet, maar onderweg verloor ik wel mijn topografische kaart en kompas. Via een enorme omweg en doorweekt strompelde ik een uur later het B&B-adres binnen. Zelden voelde het brandende vuur van een open haard zo weldadig aan.
In Dartmoor moet je altijd rekening houden met het weer. Er zijn prachtige wandelingen te maken maar je bent er al snel ver buiten de bewoonde wereld, voor zover je daarvan in dat gebied al kunt spreken. Een hele mooie route om het natuurgebied binnen te rijden is vanaf de M5 en A 30 bij Exeter naar Morehampstead. Bij mooi weer is het een genot om over een sterk kronkelende weg door het idyllische landschap te rijden en bij elke bocht weer nieuwe verrassende uitzichten te ontdekken. Na Moreheampsted beginnen al spoedig de ongenaakbare heuvels die Dartmoor zo kenmerken. Rij voorzichtig want van nu af aan grazen er overal schapen en paarden langs de weg. Tussen Postbridge en Two Bridges is een informatiecentrum
over Dartmoor. Koop er een topografische kaart om de archeologische plaatsen te bezoeken. Tijd om even uit te rusten en een mooie wandeling te maken.
Voorbij de afslagen naar Dartmeet en Princetown komen we bij Merrivale waar zich een conglomeraat van prehistorische monumenten bevindt. Er zijn steenrijen en -cirkels, stenen hutkommen en -grafkelders. Vanaf de weg zijn ze moeilijk te zien maar met behulp van de gekochte kaart zijn ze al snel te vinden. In Dartmoor zijn geen indrukwekkende steenformaties zoals Stonehenge en Avebury maar ze zijn bijzonder door hun ligging in dit desolate landschap.
De meeste werden tussen 2700 en 1000 voor Christus aangelegd in de tijd dat Dartmoor een bloeiend agrarisch landschap was. Daarna vertrokken de bewoners naar de meer vruchtbare randen en dalen van het gebied. De hogere delen van Dartmoor raakten onbewoond gedurende vele eeuwen. Vanaf de 19e eeuw werd het de voedingsbodem voor tal van spookverhalen zoals de 'Hound of the Baskervilles'.

DE GEHEIMZINNIGE PICTEN(SCHOTLAND)




Alhoewel Julius Caesar tot twee maal toe slag had geleverd met zijn legioenen in Brittannië zou het tot 43 na Christus duren alvorens de Romeinen begonnen met de onderwerping van dit eiland. Keizer Claudius zelf gaf daartoe het startsein. De weerstand van de Keltische Britten bleek hardnekkiger te zijn dan die waarop de Romeinen ruim een eeuw eerder in Gallië waren gestoten. Ook daar hadden de Kelten bijna tien jaar lang massaal verzet geboden tegen de vreemde overheersing totdat zij murw gevochten het hoofd in de schoot moesten leggen. In Brittannië had men een langere adem. Veroverde en ogenschijnlijk gepacificeerde gebieden kwamen plotseling weer in opstand tegen het nieuwe gezag. De legioenen marcheerden kriskras over het eiland om de ene na de andere rebellie neer te slaan.
Pas onder Agricola, die stadhouder was van Brittannië in de periode 78-84 na Christus waren de Romeinen zover noordwaarts opgerukt dat zij een poging konden wagen om het gebied dat nu Schotland heet te veroveren. Daar woonden de Caledonische Kelten. Binnen vier jaar werden hun stammen verslagen in de slag bij Mount Graupius en heel Brittannië leek veroverd te zijn. Agricola werd door Domitianus terug geroepen en binnen een generatie trokken de Romeinen zich terug tot de lijn Tyne-Solway, waar in de jaren 122-138 de bekende muur van Hadrianus werd gebouwd. Deze muur bleef bijna drie eeuwen lang de grens van het Romeinse Rijk in dit gebied.
Onder Antonius Pius, de opvolger van Hadrianus, probeerden de Romeinen opnieuw Schotland binnen te dringen. In 142 was Zuid-Schotland weer veroverd en werd langs de Forth-Clyde lijn de Antoniusmuur gebouwd. In 180 na Christus werd de Hadrianusmuur door verschillende stammen uit het noorden overschreden. De invallers richtten veel schade aan en versloegen meerdere Romeinse legers. Pas in 208 werd door keizer Septimus Severus een adequate tegenaanval ingezet. Hij forceerde een overwinning maar overleed reeds drie jaar later in York. Zijn zoon Caracalla trok zich met zijn troepen uit het veroverde gebied terug.Daarmee kwam een eind aan de laatste omvangrijke Romeinse poging om Schotland te veroveren. De Muur van Hadrianus werd opnieuw de rijksgrens. Minstens vier forten bleven in Zuid-Schotland behouden waardoor men toch nog enige invloed op het gebied hield Overigens was de verder vrijwel zonder incidenten.

In 297 noemen de Romeinen voor het eerst een nieuwe natie in het noorden, die van de Picten, de opvolgers van de Caledoniërs en hun bondgenoten. In de 4e eeuw zouden de Romeinen en Picten regelmatig met elkaar in botsing komen De keizers Constantius Chlorus en Julianus streden met wisselend succes tegen hen.
De Picten lijken uit het niets tevoorschijn te zijn gekomen. Vrijwel zeker mag worden aangenomen dat zij voortkwamen uit de oorspronkelijke bevolking van Schotland en dat ze voornamelijk in het oostelijk deel van het land gevestigd waren. Van nieuwkomers of invloeden van overzee lijkt geen sprake te zijn. Wellicht vormden zij een bundeling van Caledonische stammen die inzagen dat de Romeinse dreiging slechts door vereende krachten kon worden weerstaan.
Eenmaal uitgestreden tegen de Romeinen zagen zij zich geconfronteerd met vanuit Ierland binnengevallen Scoten die het land uiteindelijk zijn naam zouden geven. Na de krijgers van het 'groene eiland' volgden de tot het Christendom bekeerde Ieren. Vier eeuwen later verdwenen de Picten uit de geschiedenis. In het land waar zij woonden lieten ze talloze stenen achter met mysterieuze inscripties, vrijwel de enige tastbare bewijzen voor het feit dat ze ooit bestonden.

dinsdag 27 januari 2015

SACRAAL AVEBURY







Van welke kant je Avebury ook nadert, langs alle wegen er naar toe ontrolt zich een landschap dat je van de ene in de andere verbazing doet vallen. Vanuit het westen en oosten rijdt je over de voormalige Romeinse weg langs Silbury Hill, de grootste kunstmatige heuvel van Europa die omstreeks 2700 voor Christus is aangelegd met 325.000 kubieke meter kalkbrokken. De aanleiding voor de bouw is nog steeds een raadsel ook al bestaan daarover natuurlijk een aantal theorieën.
Wie vanuit het zuiden Avebury nadert passeert eerst de Wansdyke die in de Vroege Middeleeuwen mogelijk een Saksische(Wodan) verdedigingslinie was.Vervolgens duiken overal langs de weg tot hoog op de hellingen grafheuvels op. Wanneer de akkers braak liggen zijn ze het best herkenbaar omdat ze scherp afsteken tegen het landschap van witte kalk en donkere vuursteen. Na nog enige kilometers wordt ook de top van Silbury Hill zichtbaar
Vanuit het noorden beland je plotsklaps in de grootste steenkring van Europa; je rijdt er nota bene dwars doorheen. Je ziet in het voorbijgaan een enorme droge gracht en ringwal rond de overgebleven stenen van dit indrukwekkende monument. Het is geen stenen constructie zoals Stonehenge. Elke steen is anders en bijzonder qua uiterlijk en omvang en toch was de steenkring ooit een sacraal geheel. Wie deze magische plek betreedt voelt zich klein worden en komt onder de indruk van het enorme werk dat hier is verzet. Dat een groot aantal stenen is gesloopt doet er eigenlijk niet toe. Wie een wandeling maakt over de ringwal voelt dat de indruk en uitstraling van deze bijzondere plaats enorm moet zijn geweest en nog steeds is. De prestatie is des te indrukwekkender als men weet dat Silbury Hill, dat even zuidelijker ligt, min of meer gelijktijdig is aangelegd.
Voordat deze grote werken tot stand kwamen ontstond op Windmill Hill, even ten noordwesten van de steenkring een van de eerste agrarische nederzettingen van Groot Brittannië. De bewoners legden ten zuiden van Silbury Hill een enorm grafmonument aan: West Kennet Long Barrow, een bijna 100 meter lange heuvel met aan de oostzijde een stenen grafkamer. Archeologen nemen aan dat deze vroege boeren hun doden in de vrije natuur op houten stellages aan de elementen prijsgaven. De overblijfselen werden deels gebruikt om hun nederzetting te markeren, wellicht als beschermers, en deels bijgezet in hun grafkamer.
Omstreeks 2000 voor Christus raakten de megalithische monumenten in onbruik. Immigranten van de klokbekercultuur lieten zich voortaan in grafheuvels begraven en gaven daarmee het landschap van Avebury een extra dimensie. Langs de oeroude Ridgeway zijn ze vanaf grote afstand, vaak door een groep bomen omgeven, te zien. Ook op andere markante plekken bij Avebury markeren ze dit indrukwekkende sacrale landschap.

WILD EN WOEST WAREN DE HEIDE EN HET VEEN

'Wild en woest en ledig was het ruwe veen. Slechts de heide vlocht er kransen over heen, boog zich over de oevers van de bruine plas en verborg de diepten van het zwarte moeras.' Heidevelden ontstonden in de tijd van de oudste landbouw, duizenden jaren geleden. Er werden honderden grafheuvels aangelegd gedurende vijftien eeuwen. Later vertrokken de boeren naar de vruchtbare rivierdalen langs de zandgronden. De grote stille heide raakte verlaten. De heidevelden werden het terrein van doortrekkende handelaren, struikrovers, wolven en witte wieven. Op en rond de heidegebieden waren veenplassen en moerassen die zich tot aan de horizon uitstrekten. Ooit werden er offer aan de goden gebracht: gebruiksvoorwerpen, wapens, sieraden en soms zelfs mensen. Tot ver in de 19e waren heidevelden en moerassen gebieden die gemeden werden. Toen kwamen er schilders en schrijvers die op doeken en geschriften hun bewondering voor deze oerlandschappen vastlegden. Voor het zover was waren er al sinds mensenheugenis geheimzinnige verhalen ontstaan over reuzen die meren hadden gegraven en hunebedden aangelegd, sompige leemkuilen waarin kloosters en kapellen waren verzonken, duivelskolken en -stenen, graven van stamhoofden uit de Bronstijd en grafheuvels waarin de witte wieven woonden............Wanneer de dagen weer korter werden en najaarsstormen en duisternis het land in hun greep kregen kroop de nevelachtige klammigheid langs boomstammen en vanuit de heidevelden en moerassen omhoog en 's avonds bescheen de maan een wit landschap waar alleen de bomen boven uitstaken. In de boerenhoeven in deze eenzaamheid waren de luiken en deuren vergrendeld en was het haardvuur hoog opgepookt Rond de vuren werden de verhalen van generatie op generatie doorverteld.Er werd ademloos naar geluisterd en iedereen wist dat het in die tijd buiten niet pluis was.

maandag 26 januari 2015

DE OUDE GRIEKEN IN ZUID-ENGELAND?


Schriftelijke berichten uit de Oudheid over Stonehenge ontbreken helaas. Het is echter niet onwaarschijnlijk dat de Carthagers, en wellicht ook de Grieken Groot Brittannië bezocht hebben vanwege de aanwezigheid van tin in Cornwall. Een zekere Hecateus van Milete, die omstreeks 500 voor Christus leefde en rond 40 voor Christus door Diodorus van Sicilië geciteerd werd, gaf een beschrijving van een ronde tempel die aan Stonehenge doet denken.

'Schuin tegenover Keltisch Gallië ligt een eiland in de Oceaan, niet kleiner dan Sicilië, dat zich naar het noorden toe uitstrekt en door de Hyperboreërs wordt bewoond, die hieraan(wonend boven de noordenwind) hun naam ontlenen. Op dit eiland heerst een prettige temperatuur, de bodem is er rijk, grote vruchtbaarheid doet alles er weelderig wassen zodat het land twee oogsten per jaar oplevert. Volgens de overlevering werd hier Latona geboren en daarom vereren de bewoners Apollo meer dan welke godheid ook. Men kan rustig zeggen dat allen priesters zijn, want dagelijks wordt hij in lofzangen verheerlijkt en wordt hem op vele andere manieren overvloedig eer bewezen.

Op dit eiland verrijst een fraaie ingesloten ruimte in de bossen, een merkwaardige tempel, geheel rond van vorm, door wijgaven opgeluisterd, die aan Apollo gewijd is. In de nabijheid treft men een stad aan, dezelfde god toegewijd, waarvan de meeste inwoners op de harp spelen. Onafgebroken roeren zij in de tempel de snaren en richten er lofliederen tot de godheid, waarin zijn daden worden verheerlijkt. De Hyperboreërs maken gebruik van een vreemd klinkende taal en koesteren grote genegenheid voor de Grieken, vooral voor de Atheners en de Deliërs, hetgeen uit een ver verleden stamt.'