maandag 29 september 2014

GLASTONBURY SEPTEMBER 2014

VICAR'S CLOSE, WELLS, SOMERSET

De oudste straat van Engeland. Vanaf de 14e eeuw continue bewoond!

vrijdag 19 september 2014

DE ZWARTE GRAAL

Tijdens de Libanese burgeroorlog komen als gevolg van het strijdgeweld de resten van een unieke Phoenicische tempel aan het licht. Buitenlandse archeologen schieten te hulp om de uitzonderlijke overblijfselen te redden. Het onderzoek eindigt in een drama als de archeologen het slachtoffer lijken te zijn van een oeroude vervloeking. Na de reddingsactie van de overlevenden blijkt dat er in de tempel oude giftige schimmels zijn vrijgekomen. De opgraving heeft aanwijzingen opgeleverd over de Zwarte Graal, een mysterieus relikwie dat sinds de Oudheid een zwerftocht maakt langs gebieden waar kwade machten lijken te heersen. Twee geheime genootschappen, die elkaar al eeuwenlang op leven en dood hebben bestreden bij de speurtocht naar de meest heilige schatten uit het verleden, besluiten samen te gaan werken omdat een zeer agressieve derde partij eveneens op zoek blijkt te zijn naar de verdwenen kostbare beker: de Wrekers van Baal. Vanaf dat moment stapelen de explosieve gebeurtenissen zich op tijdens een queeste die naar Andalusië in Zuid-Spanje, Carthago in Tunesië, Zuid-Egypte, Slowakije en Transsylvanië in Roemenië voert. Uiteindelijk vindt de Zwarte Graal op onnavolgbare wijze zijn eigen weg op een manier die de wereld zal schokken... Uitgeverij ClusterEffect

maandag 15 september 2014

vrijdag 5 september 2014

EEN MERKWAARDIGE TOCHT DOOR HET BOS

De hemel kleurde langzaam lichter door de opkomende zon die nog achter de bomen schuilging. De klamme nevelslierten in het bos losten op en maakten plaats voor de oranjeroze gloed van de nieuwe dag. Bij de eerstvolgende bocht van de zandweg werd een al volop door de zon beschenen heideveldje zichtbaar. De prehistorische grafheuvels die er lagen wierpen lange schaduwen. Volgens de overlevering werden ze bewoond door priesteressen uit de Oudheid. De heide stond in bloei en verspreidde een zoete honinggeur. Iets verderop strekte zich een ven uit; het pikzwarte water deed vermoeden dat de plas bodemloos was. Ik keek naar het rondom gelegen bos en merkte dat het overal opvallend stil was. Het zandpad voor mij uit verdween in de bosrand. Ik vervolgde mijn weg, op mijn hoede voor eventuele geluiden, maar die bleven uit. Even leek het alsof er een zachte bries op stak en de wind tussen de bomen door streek. Kort daarna was het weer even stil als tevoren. Het droge mulle zand verstoof bij elke voetstap een beetje. De zonnewarmte begon intussen in kracht toe te nemen. Het zou een warme zomerse dag worden en de verdere tocht zou dan ook moeizaam zijn. Er waren immers nog kilometers te gaan. Zodra ik weer door het bos omgeven was voelde ik dat er iets was veranderd. De lucht was zwaarder geworden, warmer en droger. Ik keek achterom en zag boven de open plek van het heideveldje en de veenplas donkere wolken naderen die voortdurend in beweging waren en van kleur veranderden, van grijsblauw tot een mengelmoes van paars met groene en gele tinten. Er was duidelijk onweer op komst. Ik versnelde mijn pas en hoopte op tijd een beschutte plek te kunnen vinden. Het eerste gerommel klonk en een nog ver verwijderd bliksemlicht gaf aan dat de donderbui snel naderde. De eerste druppels daalden uit de hemel neer en al snel was er sprake van een ware stortbui. Ik begon te hollen op zoek naar een veilige schuilplaats. Terwijl de bliksemschichten zich overal om heen knetterend tussen de bomen door in de aarde boorden werd ik doodsbang; ik rende door plassen en voelde steeds takken in mijn gezicht slaan. Plotseling explodeerde een boom voor mijn ogen. De bliksem had zich in de stam geboord en vlammen dwarrelden langs het hout omhoog en opzij. Stijf van de schrik stond ik stil en keek er naar. Ik kon niet aan het onweer ontsnappen..............Voor me doofde het vuur langzaam. Het duurde wellicht vele minuten maar langzaam maar zeker realiseerde ik me dat het niet meer regende. De zon keerde niet terug; het leek alsof het al avond was geworden. Doornat en doodmoe begon ik weer te lopen. Ik zag de volle maan tussen de bomen door en de eerste sterren werden zichtbaar aan het firmament. Ik weet niet meer hoe veel tijd er verstreken was maar opeens zag ik langs de weg voor me lichtjes branden. Enige minuten later ontwaarde ik een oude herberg. Kaarslichtjes en licht van olielampen achter de ramen nodigden uit om naar binnen te gaan. Op mijn kaart had ik geen enkele pleisterplaats op deze route kunnen vinden. Er stonden verschillende oude huifkarren langs de weg.De paarden waren waarschijnlijk vanwege het noodweer in de stal ondergebracht. De tekst en afbeelding op het door de wind heen en weer zwaaiende uithangbord waren onherkenbaar. Eindelijk was ik veilig voor het onweer. Ik opende de deur en voelde de warmte van grote haardvuren en snoof de geuren op van pruttelende kookpotten. De herberg was overvol maar ik wist toch een plekje niet ver van het vuur te vinden. Ik zat nog maar nauwelijks toen een vrouw met kruiken in beide handen voor mij stond. Ze had lange donkerrode haren en was gekleed in een witte blouse en een bruine lange rok. Ze vroeg onmiddellijk of ik wat wilde eten en of ik een slaapplaats wenste. Ietwat onthutst knikte ik bevestigend en onmiddellijk was ze weer verdwenen. Om me heen werd druk gepraat en ik ving woorden op die ik allen maar kende van oude boeken. Eerst dacht ik dat het een soort dialect was maar ik hoorde daarnaast ook en merkwaardig soort Duits. Plotseling was de vrouw er weer met een kruik bier en een bord met gestoofd vlees. Ze vertelde dat er een slaapplek voor mij was als ik genoegen nam met een ruimte in de stal. Uiteraard was ik daar tevreden mee. Alles was immers beter dan nog op weg te moeten zijn door de stromende regen en het onweer. Het eten had bovendien voortreffelijk smaakte en ook de kruik bier was welkom. De slaapplek in de stal bleek een aangename bedstede te zijn en niet een berg stro in een hoek van de stal. Ik dacht na over hoe merkwaardig mijn tocht was verlopen. Ik was 's morgens vroeg vertrokken en tijdens het onweer was het ineens avond geworden. De oude herberg die ik was binnen gevlucht kwam me niet geheel onbekend voor; het gebouw deed me denken aan een oude tolherberg in de Achterhoek maar die was al decennia lang in gebruik als museum. De tocht die ik gepland had leidde van Nunspeet naar Vaassen op de Veluwe. Tijdens mijn maaltijd had ik de bezoekers wat nauwkeuriger waargenomen en, te oordelen naar hun kleding, leken me weggelopen te zijn uit een schilderij van Jan Steen. Onzin natuurlijk, maar ik kon me toch niet helemaal aan de indruk onttrekken dat er ergens iets niet klopte; alsof ik onderweg op een andere plaats of in een andere tijd terecht was gekomen. Ik sliep in een bedstede in een herberg die niet op de kaart stond vermeld. Ik sukkelde bijna in slaap toen ik de staldeur hoorde kraken. Ik hoorde voetstappen naderen en zag het licht van een kaars dichterbij komen. In het licht daarvan herkende ik het gezicht van de herbergierster. Ze zette een stoel bij de bedstede neer, ging er op zitten en begon tegen me te praten. 'Ik weet dat je over mij en mijn zusters geschreven hebt en dat je in lezingen over onze oorsprong en geschiedenis gesproken hebt. Ik heb je herkend en weet dat mij kunt helpen om aan mijn lot van nu te kunnen ontsnappen.' Ik keek haar met een vragende blik aan. Terwijl haar diepblauwe ogen me strak aankeken veranderde haar uiterlijk langzaam van kleurige in lichtere tinten; haar haren, haar huid en haar kleren werden spierwit. Het duurde even voor ik me realiseerde wat er gebeurde maar toen kwam mijn jarenlange onderzoek naar witte wieven me glashelder voor ogen en ik wist dat dit een bijzondere ontmoeting was. Ze vervolgde haar verhaal. 'Jaren geleden heeft de baas van deze herberg me ontvoerd toen de deur van mijn woning open stond. Ik mocht nooit meer de deur uit en moest voor de bediening zorgen. Om zeker te zijn dat ik niet zou ontsnappen liet hij door een kunstenaar een tekening van mij maken waardoor hij mij aan dit huis ketende. De tekening hangt in deze bedstede maar ik kan hem niet pakken omdat hij de bedestee heeft beschermd met symbolische afbeeldingen.' Ik had de 'afbeeldingen' die hij bedoelde gezien maar er geen aandacht aan besteed. Ik kon echter goed begrijpen dat ze voor haar een belemmering vormden om haar vrijheid terug te krijgen. Buiten waren regen en onweer verdwenen. Het licht van de volle maan viel door en klein raampje naar binnen. Ik streek met mijn hand langs de stenen binnenmuur en vond al snel een ingelijste tekening. In het maanlicht zag ik de vrouw voor mij afgebeeld zoals ze nu voor mij zat. De herbergier had ongetwijfeld gedreigd haar ware identiteit bekend te maken als ze niet voor hem wilde werken. Ik nam het kunstwerkje van de muur en stapte uit de bedstede. De witte vrouw volgde mij over de deel naar de staldeuren. Enige minuten later stonden we buiten en keken elkaar aan. Ik gaf haar de tekening en zag hoe ze in niets meer leek op de vrouw die me in de herberg van eten en drinken had voorzien. Ze leek bijna doorschijnend. Samen liepen we het bos in over een pad dat, naar het scheen, alleen zij kon volgen. 'Ik kende jou niet', zei ik, 'maar hoe wist je wel van mijn bestaan?' Ze stond even stil en keek me met haar intens blauwe ogen indringend aan. 'Je zou het moeten weten,' antwoordde ze. Ik, wij, mijn zusters, zijn de grenzen van de tijd voorbij en kunnen dus ook in de toekomst kijken. Wij zijn immers de wachters van de Andere Wereld. Ik had de pech om in een aardse valkuil te geraken, maar je hebt me gelukkig bevrijd.' Zacht geruis ging door de bomen en ik zag haar zusters dichterbij komen. Minutenlang stonden we samen op een open plek die door de maan beschenen werd. Toen strekte ze haar armen naar me uit en ik deed hetzelfde. Terwijl mijn handen warm werden zag ik haar en haar zusters wegglijden als ijle witte gestalten. Toen ik mijn weer gesloten handen weer opende zag ik een prachtige bronzen armband die ,naar ik wist, heel oud moest zijn......................... Rechtsonder het portret had ik de naam van de kunstenaar en het jaartal zien staan: Jan de Vliegher, 1660.