zaterdag 22 november 2014

VERDWAALD IN DE TIJD

Het was al weer een tijdje geleden dat ik Deventer bezocht. Misschien wel een paar jaar. Als kind kwam ik er regelmatig, logeren bij mijn grootouders of oom en tante. De stad was toen nog niet zo groot en met de fiets was je binnen tien minuten buiten de bebouwde kom. Aanvankelijk kwam ik met de trein uit Amsterdam waar ik toen woonde. 's Avonds was dat vooral spannend als de trein door de donkere Veluwe raasde. Later ging ik met de fiets, een tocht die wel zeven uur in beslag nam. Ik volgde voornamelijk de fietspaden langs de oude rijksweg en ondanks het feit dat ik het altijd een leuke onderneming vond was ik toch steeds weer blij wanneer ik weer de vertrouwde IJsselbrug over reed en de oude stad links van me zag liggen. Bij elk bezoek bezocht het historische museum in de Waag en het Speelgoedmuseum in De Drie Haringen. Het laatste gebouw zal vol met boeiende kamers waarin je over krakende houten vloeren liep en wenteltrappen. Elke keer als ik er kwam waande ik me terug in de tijd. Ik keek naar oude toverlantaarns met prachtige projectieplaatjes en bij het zien van de kijkdozen en poppenhuizen reisde ik door allerlei fasen en voorstellingen uit de 18e eeuw. Aan dit alles moest ik denken toen ik onlangs weer, maar nu met de auto, over de IJsselbrug reed. Ik was begonnen aan een nieuw boek waarvan de inhoud zich onder meer in Deventer afspeelde en wilde de eerste aantekeningen in het hart van de oude Hanzestad schrijven. Na de auto bij de IJsselkade te hebben geparkeerd liep ik al snel weer op de oude vertrouwde Brink. Het was al aan het eind van de middag en besloot eerst wat in een leuke bar of restaurant te gaan drinken om in de juiste stemming te komen. Zonder na te denken sloeg ik een tot dan toe voor mij onbekende steeg in en zag al meteen aan mijn rechterzijde door het glas van een grote oude deur de knusse gezelligheid van mensen die met een glas wijn de werkdag aan het afsluiten waren. Ik hoorde geen muziek die de op dat moment opborrelende schrijfcreativiteit in de weg kon staan en koos een tafeltje uit waar ik een goed zicht op het interieur had. Nippend aan de wijn keek ik vol verbazing rond. Overal hingen schilderijen en tekeningen uit de jaren vijftig en zestig met voorstellingen die destijds menige huiskamer tooiden: kleurig uitgedoste zigeunervrouwen die duidelijk van het leven genoten, kindertjes met tranen in de ogen, herten met reebruine trouwe kijkers en naast dit alles was er duidelijk naar gestreefd om tot in alle uithoeken een sfeer van gezellige kitsch te realiseren. Het was een ouderwets vrolijke ambiance die mij naar de pen deed grijpen en ik begon maar met te beschrijven wat ik om me heen zag. Het zou vast in mijn verdere verhaal passen. Na nog enige glazen wijn en een smakelijke maaltijd maakte ik de eigenaresse een compliment over de bijzondere inrichting van haar restaurant waarop zij vertelde dat er in de kelder nog veel meer te zien was en ik mocht daar rustig rond kijken. Ik daalde nieuwsgierig de trap af en werd bij meteen geconfronteerd met een enorm schilderij van opnieuw een zigeunervrouw. Daarna volgden nog andere kunstwerken, bontkleurige spiegels en fonteinen en idem dito uitgedoste sierobjecten. Aan het eind van het met dit alles gevulde gewelf hing een donkerpaars gordijn van enige meters breed. Voorzichtig schoof ik het een stukje opzij en zag tot mijn verbazing een lange gang die verlicht was met brandende kaarsen in kandelaars aan de muur. Ook hier hingen weer schilderijen, maar ze waren van een hele andere aard en ongetwijfeld erg oud en origineel. Het eerste werk deed me meteen denken aan de voorstellingen van de jaargetijden die door schilders als Breugel in de 16e eeuw werden gemaakt. Veel blauwe en blauwgroene tinten, bijna surrealistische laatmiddeleeuwse landschappen met kastelen en dorpjes tegen berghellingen en op rotsen en aan de horizon vaak een glimp van de zee. Het tweede schilderij was idem dito samengesteld en hetzelfde gold voor nog een aantal panelen die verderop in de gang hingen. In het volgende gewelf werden de voorstellingen duidelijk anders en leek het alsof Jeroen Bosch met zijn extravagante wezens de kunstenaars hadden geinspireerd. De temperatuur in deze ruimte was ook aanmerkelijk lager en de muren waren voelbaar vochtig. Ik naderde een enorme houten deur met ijzeren beslagwerk. Voorzichtig duwde ik het gevaarte open en terwijl de geluiden en geuren van die deur in me opnam zag ik dat ik in een smalle steeg was beland, Aan weerszijden werden allerlei goederen verhandeld, er werd in grote potten gekookt en er klonk muziek uit vervlogen tijden. Voorzichtig liep ik door het smalle straatje en het gevoel bekroop me dat in de middeleeuwen terecht was gekomen. Handelaars, potsemakers en muzikanten die ik passeerde leken me niet te zien. Aan het eind van de steeg brandde een enorm vuur op een verhoogd platform. Er stonden heel veel mensen waarvan sommigen schreeuwden en anderen teruggetrokken zwegen. Soldaten en priesters duwden een vrouw het schavot op in de richting van het vuur. Ik keek met afgrijzen toe. Ineens klopte iemand op mijn schouder en ik draaide me om. Ik zag een silhouet van een man in donkere kleren; hij leek geen gezicht te hebben maar gaf me duidelijk aan dat ik op deze plek niet hoorde te zijn en terug moest gaan. Ik holde terug door de steeg door de houten deur, langs de gewelven met schilderijen en de trap op naar het restaurant. De eigenaresse was juist bezig met afsluiten. Ik betaalde snel en zij deed de deur achter me dicht en op slot. Voordat ik me uit de voeten maakte draaide ik nog even om. Tot mijn stomme verbazing keek in naar de gevel van een brocanteriezaak.

dinsdag 11 november 2014

MAGISCHE PLAATSEN IN ENGELAND EN WALES

Van boven naar beneden:Brent Tor, Dartmoor;Tintagel,Cornwall;Avebury,Wiltshire;Rocky Valley,Cornwall;Fairy Glen,Wales,Pentre-y-fan,Wales;St.Nectan's Glen,Cornwall;Rocky Valley,Wales;West Kennet Long Barrow,Wiltshire.

maandag 10 november 2014

donderdag 30 oktober 2014

HALLOWEEN AAN DE IJSSEL

De winkels gaan sluiten als ik vanaf de Brink in Deventer naar de parkeergarage bij de IJsselbrug loop. Pompoenen met griezelige gezichtstrekken en heksenpuntmutsen in sommige etalages herinneren me er aan dat het vanavond Halloween is. Dichterbij de rivier zie ik een dichte mistbank boven het water hangen. Wanneer ik even later langs de oever in zuidelijke richting naar de A1 rijd drijven de eerste nevelwolken al over de kaden en dijken. Het belooft een onaangename rit te worden. Vanaf de snelwegbrug kijk ik uit over een witte deken die de IJsselvallei zover het ook reikt heeft bedekt. Even later glijden de eerste nevelslierten over het wegdek heen. In de verte voor me zie ik blauwe zwaailichten. Kennelijk is er door de veranderde weersomstandigheden al een ongeluk gebeurd. Rode remlichten worden zichtbaar door de mist en langzaam maar zeker komt het verkeer tot stilstand. Even later hoor ik op het nieuws dat de IJsselstreek plotseling is overvallen door dichte mistbanken. Tussen Deventer en Apeldoorn heeft een enstig ongeluk plaatsgevonden. Na een half uur wordt het inmiddels weer langzaam voort rijdende verkeer naar de rechter wegstrook geleid en vervolgens naar de afslag Twello-Wilp. Ik moet naar Arnhem en besluit geen risico's te nemen en te proberen via Voorst, Zutphen en Dieren te rijden. Het zicht op de weg is ronduit slecht en ik merk al snel dat ik Wilp op de een of andere manier gepasseerd moet hebben. Hier en daar wijkt de mist even waardoor ik kan zien dat ik door een boomrijke omgeving rijd. Even later ben ik kennelijk weer bij een rijksweg beland en kan ik vaag een wegbord onderscheiden. Zutphen is links af. De mist heeft weer bezit van het land genomen en ik vervolg vrij langzaam mijn weg. Af en toe zie ik de lampen van andere weggebruikers. Plotseling doemt een rotonde voor me op. In mijn herinnering moet ik hier rechts af maar ik rijd plotseling over een vrij smalle weg waar de mist een akelig dichte vorm aan neemt. De weg is te smal om om te kunnen keren en ik zie nergens een plek waar ik kan draaien. Achteruit rijden is geen optie. Gelukkig kan ik het weggetje nog enigszins herkennen en zijn er geen tegenliggers. Na een rit die eindeloos lijkt ontwaar ik plotseling een hek op de weg. Ik kan niet verder en ook niet terug. Ik probeer te bellen maar het apparaat reageert nergens op. Uiteindelijk stap ik uit, sluit de auto af en ga op onderzoek uit. Ik klim over het hek en volg een ongeplaveid pad Er volgt al snel een bocht naar rechts. Na ongeveer tweehonderd meter sta ik voor een huis waarin geen enkel licht brandt. Er volgt nu een voetpad naar links. Ik passeer rechts al snel een veel kleiner huisje dat hier en daar al door de tand des tijds is aangetast. Ook hier lijkt alles verlaten. De mist lijkt iets minder te worden. Na enige stappen sta ik voor een enorme boom en daarachter het donkere silhouet van een oude vervallen kasteeltoren. De nevelslierten wijken nog verder terug en ik zie rechts van de toren een kleine poel en links een klein poortje dat is overwoekerd met bladeren en takken. Ik worstel me er door heen en loop tussen kreupelhout en vervallen muren naar de achterzijde van de toren. Ik ontdek een kelderruimte en op het moment dat ik die betreed hoor ik plotseling een oorverdovend lawaai dat me aan de geluiden van oorlogsfilms doen denken. Ik krijg het idee dat de muren door projectielen worden geraakt en dat er kogels om mijn oren vliegen. Kruitdamp dringt mijn neus binnen en ik hoor stukken muur instorten. Even later neemt het wapengekletter van zwaarden die elkaar hard raken de overhand. Er wordt geschreeuwd en geroepen door mannen en vrouwen...........Dan wordt het weer heel stil. Ik klim de kelder uit en kijk uit over een maanovergoten rivier waarvan de golven tegen de fundamenten van de toren klotsen. Vanaf de overkant komt een scheepje aanvaren. Als het dichterbij komt zie ik dat er niemand in zit en toch komt het rechtstreeks op me af. Even later schuift het de oever op. Ik kijk er naar en vraag me af of ik er in moet stappen. Dat het zo maar bij mij aan land is gekomen lijkt me geen toeval. Ik ben toch al in een merkwaardige situatie terecht gekomen en ik waag de overtocht, want ik neem aan daat het scheepje weer terug vaart. Ik zet me neer op een eenvoudig bankje en zie op de zitplek tegenover mij iets glinsteren. Ik pak het op en herken een oude zilveren munt. Terwijl ik in het licht van de maan probeer te zien wat er op staat komt het bootje weer in beweging. In het water zie ik beelden weerspiegelen van grafzerken en gezichten van mensen die overleden zijn. Geen geluid verstoort de stilte. Na enige minuten zie ik de andere oever opdoemen. Boven de dijk zweven blauwe lichtjes; zouden dit de dwaallichtjes kunnen zijn die ik ken uit oude overleveringen? Zieltjes van ongedoopte kinderen? Een onzichtbare hand lijkt het scheepje op de oever te trekken. Ik kijk achterom en zie nog vaag het donkere silhouet van de kasteeltoren. De blauwe lichtjes lijken me als wegaanduidingen langs een vrijwel onzichtbaar pad te leiden. Ik begin aan een wandeling waarvan ik de bestemming niet ken. Na ongeveer een kwartier zie ik een bosrand opdoemen. Zodra ik daar ben aan gekomen zie ik in de duisternis van het woud een heuvel die door een blauwgroene glans lijkt omgeven. Door het maanlicht is het lopen in het donkere bos niet moeilijk. Het mysterieuze licht wordt steeds helderder en uiteindelijk herken ik het silhouet van een prehistorische grafheuvel. Tot mijn verbazing is er een enorme deur in de heuvel van waar uit het blauwgroene licht komt. Is dit het eindpunt van mijn speurtocht? Moet ik de heuvel binnen gaan? Het lijkt van me verwacht te worden. Eenmaal in de heuvel valt er niets meer te bespeuren van de aarde en heide aan de buitenkant. Ik sta in een enorme, feestelijk verlichte ruimte die aan een middeleeuwse ridderzaal doet denken. Er zijn rijk gedekte tafels en overal lopen vrouwen en mannen in prachtige kleding rond. Er wordt gezongen en er klinkt harpmuziek. Ik loop door de zaal en val van de ene in de andere verbazing. Waar ben ik terecht gekomen? Uiteindelijk sta ik op een breed bordes waar ik uitkijk op een prachtig landschap waarin ik ook de kasteeltoren die ik zojuist verlaten heb herken. Ik neem plaats in een prachtig gebeeldhouwde houten stoel en neem het landschap in mij op. De vele wijn die ik in de ridderzaal gedronken heb heeft me slaperig gemaakt. Voordat ik in dromenland verdwijn zie ik nog even de kasteeltoren naderbij komen................. Plotseling wordt ik weer wakker. Tot mijn verbazing zit ik weer in mijn auto voor het hek dat me belemmerde door te rijden. De mist is opgetrokken en de zon begint op te komen. Op het hek zit een kraai me op te nemen. Als ik uitstap vliegt hij weg net als vele soortgenoten uit de nabije bomen. Even verder op zie ik de kasteeltoren.

dinsdag 21 oktober 2014

EEN VERGETEN MOERAS

In mijn boek 'Witte wieven en elfen, fluisteringen uit de Andere Wereld, staat een 18e eeuwse kaart afgebeeld van de omgeving van Zutphen. De plaatsen Epse, Eefde en Eschede, ruwweg tussen Zutphen en Deventer, staan duidelijk op die kaart aangegeven. Bij die plaatsen werden in de 19e eeuw door archeologen uit Leiden grafheuvels opgegraven. Op die plekken deden destijds verhalen over witte wieven de ronde. Er was hier een concentratie van prehistorische begraafplaatsen en deze overleveringen. De kaart koos ik als illustratie voor de ligging van deze locaties. Onlangs merkte ik dat ik een flink moerasgebied ten oosten van deze plaatsen toen geheel over het hoofd had gezien. Moerassen waren immers even als grafheuvels woonplaatsen van de witte wieven. Het moeras werd doorkruist door de Rijsselse beek en twee wegen: een van noord naar zuid(vanaf huis Dorth naar Eefde) en een in oostelijke richting naar Lochem. Nu ik de kaart opnieuw bekijk zie ik dat zich om het voormalige veengebied diverse archeologische vindplaatsen met gerelateerde witte wievenverhalen bevinden waar onder Harfsen, huis Oolde en wat verder naar het oosten uiteraard ook de Lochemse berg. Bij Oolde stond ooit een kapel die waarschijnlijk op een heidense plaats gebouwd werd. Enige werktuigen uit de Bronstijd rond of uit het verdwenen moeras vertonen een donkergroen patina dat karakteristiek voor voorwerpen die lang door het veen bedekt zijn geweest. Mogelijk gaat het om offervondsten. Op de Veluwe en in de oostelijke Achterhoek heb ik via dergelijke vondsten diverse offerplaatsen uit o.a. de Bronstijd kunnen aantonen. Bijzonder is is dat zowel bij Eefde en Epse als bij Oolde en de Wildenborch(onder Lochem) in de overleveringen sprake is van door witte wieven bewoonde grafheuvels die op sommige dagen van het jaar, bijvoorbeeld 1 november, 'open' waren. Argeloze voorbijgangers werden door de wieven uitgenodigd om binnen te komen. Eenmaal daar bevonden ze zich niet in een koude vochtige heuvel maar in een merkwaardige feestzaal met rijk gedekte tafels. Witte wieven en andere wezens in prachtige uitdossingen probeerden hun verblijf zo aangenaam mogelijk te maken met kostbare dranken,gerechten en prachtige muziek. Velen vergaten de de tijd en vonden de uitgang gesloten toen ze weer wilden vertrekken; ze moesten soms jarenlang in deze andere wereld blijven. In Groot Brittannie en Ierland bestaan soortgelijke mythen maar daar zijn de elfen de bewoners van het ondergrondse land en de eilanden in het westen. Ze komen ook voor in de film 'The Lord of The Rings'. De concentratie van dergelijke verhalen in het betrekkelijke kleine gebied ten oosten van Zutphen is opvallend. We treffen die alleen nog in in Zuidoost Drenthe aan. De overige witte wievenverhalen in de Achterhoek en Twente hebben vooral betrekking op boeren die de witte wieven uitdaagden. In een aantal overleveringen hielpen witte wieven de boeren bij de oogst en kraamvrouwen bij de geboorte. 1 November nadert snel. De Kelten vierden op die dag Samhain, het begin van de winter, tegenwoordig beter bekend als Halloween. Pas dan op met wandelingen in de buurt van prehistorische grafheuvels. Lees:'Witte wieven en elfen, fluisteringen uit de Andere Wereld' -Ruud Borman; uitgeverij www.a3boeken.nl