zaterdag 25 juli 2015

HEKSEN

In de tweede helft van de middag sloeg het weer om. Duistere wolken kropen in het zuiden boven de horizon omhoog en namen al snel apocalyptische vormen aan. Donderkoppen rezen dreigend naar boven en toen het zonlicht er achter verdween werd het grote water van de Zuiderzee onheilspellend donker. De wind viel weg en de meeuwen langs de zeewering van Schokland zwegen die dag voor het eerst. Het eiland had in de loop der eeuwen al talloze stormen ervaren. Grote stukken land waren onder de golven verdwenen en vele bewoners en vissers waren verdronken. Nu ook zou het water weldra weer komen aanstormen, verlicht door de bliksemschichten die de hemel doorkliefden. Op de zuidpunt van het eiland stond Aleyda, een oude vrouw van het vasteland, naar de naderende storm te kijken. Op de terp van Ens waren de bewoners in de weer om de schade door wind en water te beperken. Aleyda was de enige die zich in het open veld bij de vervallen kerk op de zuidpunt waagde. In de luwte van enige bomen had ze een vuur aangestoken waarop de inhoud van een grote ketel stond te pruttelen en dampen. Aleyda gooide er voortdurend handen vol kruiden in en prevelde ondertussen onverstaanbare woorden. Verbeten keek ze naar de zee waarvan de aanrollende golven steeds hoger werden. De vorige keer dat ze hier een storm zag naderen hadden haar pogingen om het ontij te keren niets uitgericht. Al haar kruiden waren doelloos in rook opgegaan en zij had drijfnat naar het hoger gelegen Ens moeten vluchten. Nu echter had ze iets voor de elementen in petto want Aleyda was niet zo maar een simpel kruidenvrouwtje dat wat vage bezweringen verrichtte, maar ze was ook uitgerust met een grote magische kennis die al generaties lang van moeder op dochter was overgeleverd. het gewone volk en de dienaren van de kerk noemden haar en toveres en gedoogden haar omdat ze veel mensen had genezen en kraamvrouwen had geholpen bij bevallingen. Een oude vriend had haar onlangs voorzien van een vaatje explosieve materie dat hij uit het Heilige Land had meegenomen. 'Grieks vuur' noemde hij het. Een deel ervan had ze meegenomen naar Schokland waar ze het in alle stilte en eenzaamheid uit kon proberen. Er was immers in de verste verte geen levende ziel te bekennen. Het noodweer kwam over en met de golven aanrollen en Aleyda maakte voor het eerst gebruik van bezweringsformules op een manuscript dat dezelfde vriend had meegenomen van het St.Catharina-klooster in de Sinaï-woestijn. Zij strekte haar handen naar de hemel uit, sprak oeroude woorden en smeet het Griekse vuur in de ketel. Het was alsof er een kleine vulkaan ontplofte. Een vuurzuil steeg op naar de hemel waar de dreigende wolken uiteen weken en verschrompelden. De bewoners van Ens die angstig vanuit de verte het helse vuur hadden zien opstijgen gingen de volgende dag kijken naar wat er in hemelsnaam gebeurd was. Ze vonden slechts brokstukken van een stalen ketel. Aleyda was spoorloos verdwenen. Dezelfde avond liep de kasteelheer van Bentheim, ruim honderd kilometer oosteljker, stampvoetend door zijn ridderzaal. Zijn echtgenote kon elk moment bevallen. 'Waar is die toveres die haar zou helpen', schreeuwde hij tegen iedereen in zijn hofhouding. Een warme bries voer door het kasteel. Ik ben nooit te laat, heer',sprak Aleyda die plotseling voor hem stond. Aleyda had de kasteelheer vriendelijk doch dringend verzocht om naar zijn eigen vertrekken in het kasteel te gaan. Zijn verbale geweld zou niets bijdragen aan het welzijn van zijn echtgenote. Ondertussen maakte ze de kraamkamer gereed, verzamelde haar kruiden en liet een ketel water koken. Een uur later was het kind reeds geboren en het was een makkelijke bevalling geweest. De vader was enthousiast de kraamkamer binnengelopen nadat hij Aleyda uitvoerig had bedankt. Ze zat nu met een beker wijn voor de haard in de kamer die haar was toegewezen en dacht aan haar zusters die, niet ver weg, op de eenzame heidevelden en bij de oude moerassen woonden. Ze moest hen weer spreken.

dinsdag 14 juli 2015

HERAION, TEMPEL VAN HERA BIJ ARGOS

Het Heraion was een heiligdom uit het einde van de 5e eeuw voor Christus, gewijd aan de godin Hera. Het behoorde bij het oorspronkelijke Argos dat ten oosten van de huidige stad lag. Hier woonden de priesteressen van Hera. In de tempel bevond zich een beeld van goud en ivoor. Er boven was de plek waar de Griekse leiders trouw zworen aan Agamemnon van Mykene alvorens zij naar Troje zeilden. Mykene lag ten noorden van het antieke Argos.

HIER EINDIGT EUROPA IN HET WESTEN

Het uiterste westen van Ierland, schiereiland Dingle, de Blasket Islands: hier eindigt Europa. Vanaf deze eilandengroep is er in westelijke richting alleen maar zee, duizenden kilometers. Op Great Blasket Island en het aangrenzende kustgebied werd(en wordt)het meest authentieke Gaelic gesproken. In de vorige eeuw kwamen schrijvers uit Engeland naar Great Blasket om zich die taal eigen te maken. Ze spoorden de eilandbewoners aan om hun barre dagelijkse leven en verhalen op te schrijven. Het leidde tot een wederzijdse intensieve correspondentie met als resultaat dat er in Engeland diverse boeken verschenen die al snel ook in vele andere landen werden uitgegeven. In 1953 moest de bevolking het eiland verlaten. Er woonden nog maar enige tientallen mensen en hun veilgheid kon, vooral in de wintertijd, niet meer gegarandeerd worden door de overheid Bij slecht weer wordt het eiland geteisterd door stormen en regen terwijl een kolkende oceaan de kusten onophoudelijk bestormt. Bij mooi weer is het een van de mooiste plekkken die ik ken met een rustige blauwe zee, zeehonden op het strand van de oude nederzetting, een prachtig uitzicht op de kust en Mount Brandon en een wandeling naar de hoogste heuvel op het eiland waar je het gevoel krijgt dat je in de hemel terecht komt.

maandag 29 juni 2015

BELANGRIJKE BOEKEN OVER STONEHENGE

Stonehenge- Mike Parker Pearson (London,2012). Gedurende zeven jaren onderzochten honderden archeologen van het Stonehenge Riversite Project de wijde omgeving van Stonehenge en voor het eerst leverde dit allerlei bijzondere details op over het leven van de neolithische bevolking die de monumenten bouwde. De leider van het onderzoek, Mike Parker Pearson beschrijft in dit boek zijn spectaculaire bevindingen waarvoor hij ook in heel Groot Brittannië naar bewijs- en vergelijkingsmateriaal zocht. Het leest als een roman waarin je reiziger wordt in een bijzonder land van 45 eeuwen geleden. Chalkland-Andrew Lawson (Salisbury 2007) Een uitvoerig overzicht van de evoltie van het landschap van Stonehenge vanaf de vroegste prehistorie tot op heden en een gedetailleerde beschrijving van de talloze archeogische monumenten. Een naslagwerk!

maandag 15 juni 2015

DE KELTEN

In het midden van de 19e eeuw werden in het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt bijna 900 graven blootgelegd van een bevolking die al sinds de 10e eeuw voor Christus mijnen groef in de nabijgelegen bergen waar zich kostbare zoutlagen bevonden. In de graven werden veel ijzeren wapens en werktuigen aangetroffen, zoveel dat archeologen later besloten om deze vondsten als de eerste karakteristieke bewijzen voor de IJzertijd aan te merken. Mijnwerkersgereedschappen diep uit de krochten van de aarde herinneren aan het zware werk dat hier verzet werd.
Met de vondsten uit Hallstatt traden de Kelten voor het eerst in het licht van de historie. Vanaf ongeveer 700 voor Christus zouden zij vanuit Oostenrijk en Zuid-Duitsland naar alle windrichtingen uitwaaieren, steeds verder op zoek naar nieuwe landbouwgronden. Zij vonden de ijzeren ploeg uit waardoor ook moeilijk bewerkbare bodems te lijf konden worden gegaan. Na vier eeuwen woonden hun nazaten langs alle westelijke kusten van de Atlantische Oceaan, van Ierland tot in Portugal. In het zuiden vond men hun nederzettingen tot in Noord-Italië en in het oosten tot diep in Turkije. Overal waren hun, soms kolossale heuvelforten en vorstengraven met rijke inhoud te vinden.
De Kelten waren niet uit op het stichten van een rijk. Elke stam had zijn eigen grondgebied en er was regelmatig onderlinge strijd. Zij hadden groot respect voor de hen omringende natuur die bevolkt werd door talloze goden en godinnen die in wouden, rivieren, meren en bergen huisden. Vooral in de Ierse en Welshe mythologie is veel bewaard gebleven van hun wereldbeeld en religie. Hun lot was dat in de eeuwen waarin zij een groot deel van Europa veroverden er in het zuiden een stad was die hetzelfde doel voor ogen had: Rome. In de eeuwen die volgden zou de strijd met de Romeinen in al hun gebieden uitbreken.