donderdag 16 april 2015

VERDWENEN DORPEN IN EN ROND DE VOORMALIGE ZUIDERZEE

Lang geleden, in de Romeinse tijd, was en nog geen sprake van de binnenzee die,veel later, Zuiderzee zou gaan heten. Er was een groot binnenmeer dat de Romeinen Mare Flevum noemden. Met een vloot staken ze af en toe het meer over om de Friezen te laten weten wie in deze drassige streken de baas was. Veel heeft het niet geholpen. Enige tientallen jaren na de komst van de Romeinen kwamen de noordelingen in opstand en trokken de zuiderlingen zich voorgoed terug achter de Rijn. In de Vroege Middeleeuwen hadden de Friezen hun gebied uitgebreid tot aan Utrecht en Dorestad en heette het Flevomeer inmiddels Almere. Vanaf de 9e eeuw werd er in oude kronieken melding gemaakt van overstromingen. Er waren nog geen dijken en de nederzettingen langs de moerassige kusten van Almere kregen het kwaad te verduren. Langzaam maar zeker probeerde men de veengebieden te ontginnen door het aanleggen van landinwaartse kanaaltjes en sloten. Het nieuwe land begon echter al spoedig in te klinken en te dalen en het aanleggen van dijken werd onvermijdelijk. Ondertussen werd het binnenmeer door stormvloeden en overstromingen steeds meer een binnenzee. Grote gebieden verdwenen voor eeuwen onder de golven en omstreeks 1200 begon de Zuiderzee de later bekende omvang te krijgen. De bevolking achter de dijken was allerminst gevrijwaard van rampspoed. De waterwolf bleef nog eeuwen lang toeslaan en talloze meren en meertjes achter de dijken vormen nog altijd de stille herinneringen aan de talloze watersnoden van weleer. In 1825 stond half Nederland onder water en de overstromingen in 1916 vormden de directe aanleiding voor de Zuiderzeewerken. Het later overstroomde bos Seaewald of Suiftarbant werd al aan het eind van de 8e eeuw vermeld, verdween later onder de golven en werd enige decennia geleden het nieuwe polderdorp Swifterbant. De eveneens al in de 8e eeuw genoemde Biddinghuizen kende een soortgelijke geschiedenis. De kapel of kerk van Nagele behoorde in 1200 bij de bezittingen van het St.Odolfusklooester te Stavoren. In 1245 werd Nagele nogmaals vermeld maar daarna verdween de naam uit de geschiedenis. Het dorpje was eveneens verzwolgen door de zee. Het verhaal gaat dat dit gebeurde op een kwade dag nadat het door de pastoor vervloekt was. De herinnering aan Nagele bleef nog lang levendig. In overleveringen van Urk en Schokland werd gesproken over het Urker Kerkhof, tussen Urk en Schokland, waar de vissers hun netten ophaalden en zij stukken muur op de zeebodem zagen liggen. Zo zijn er nog tal van verhalen over dorpjes die vroeg of laat onder de golven van de Zuiderzee waren verdwenen. Soms herinnert er een enkele oorkonde aan waarin een plek vermeld werd. Meestal zijn het vertellingen over verdronken dorpen die generaties werden overgeleverd. Een dorpje dat niet door toedoen van het grote water verwdeen was Poppendam dat eens tussen Ransdorp en Zunderdorp in Waterland lag. Het tijdstip van het ontstaan en het vertrek van de bewoners in onbekend. Wel vonden archeologen er heel veel oude potscherven.

maandag 13 april 2015

HEKSEN OP DE EENZAME ZUIDPUNT VAN SCHOKLAND

Op de zuidpunt van het voormalige eiland Schokland bevond zich in 1327 al een kerk. nadat men de oudste kerk aan de zee had moeten prijsgeven verrees er een nieuwe die later ook dienst deed als baken voor de schippers. In 1630 was de zee de kerk reeds dicht genaderd en besloot men het 'voorgeschanste bolwerk' te versterken. In de 18e eeuw raakte de kerk buiten gebruik en in de 19e eeuw verkeerde de verkeerde het kerkhof binnen de restanten in een erbarmelijke staat. Omstreeks het middernachtelijk uur kwamen, volgens de overlevering, de heksen van Marken, Urk en Wieringen op de zuidpunt te samen om rond de motketel te dansen. Onder deze ketel, die met een mysterieuze substantie was gevuld, ontstaken zij een hels vuur. Wanneer de vlammen hoog oplaaiden en er uit de ketel allerlei vreemde dampen begonnen op te stijgen dansten de heksen krijsend in het rond.

donderdag 9 april 2015

GRAFHEUVELS BIJ ARNHEM

Binnenkort begin ik aan een boek over prehistorische grafheuvels in Nederland.

dinsdag 24 maart 2015

DE ACHTERHOEK IN 1741

In het vorige artikel schreef ik over enige (verdwenen) kastelen in de Achterhoek en vermeldde ook dat het gebied in het verleden heel veel van deze burchten gekend heeft. Op bovenstaande kaart van Isaak Tirion uit 1741 staan de meeste afgebeeld en te herkennen aan klein torentje met vermelding van de naam. In de tijd waarin de kaart gemaakt werd waren veel kastelen die genoemd worden al lang geheel of gedeeltelijk verdwenen. Vaak was er een landhuis voor in de plaats gekomen. Soms leefden de namen nog voor in veldnamen. Op de kaart is ook goed te zien dat de toen nog ommuurde stadjes nog heel klein waren. Veel dorpjes bestonden uit hooguit enige boerderijen en werden een 'vlek' genoemd. Onverharde wegen over de hogere delen verbonden verbonden de stadjes dorpen met elkaar. Sommige wegen hadden hun oorsprong in Duitsland en werden hessenwegen genoemd. Op de kaart zijn ook de vele veengebieden en heidevelden goed te herkennen. Ze besloegen het grootste deel van de Achterhoek en werden pas in de 19e eeuw ontgonnen.

maandag 23 maart 2015

(VERDWENEN) KASTELEN IN DE ACHTERHOEK

De Achterhoek heeft heel veel kastelen gekend. Een aantal verdween na de Middeleeuwen toen het buskruit de dikke burchtmuren nutteloos had gemaakt. Ook verlangden veel bezitters naar een meer geriefelijke behuizing en maakte het slot plaats voor een comfortabeler landhuis. Soms is daarin nog een middeleeuws restant opgenomen, maar in andere gevallen niet meer dan een fragmentarisch muurtje. Kasteel Ruurlo was eeuwenlang in adellijk bezit geweest toen het enige decennia geleden om financiele redenen door telgen van de familie Van Heeckeren moest worden verlaten. Ik kon het kasteel kort na hun vertrek bezoeken en betrad een luxe entreehal waarin nog overal schilderijen hingen. Op een groot exemplaar, dat later naar het Stedelijk Museum in Zutphen verhuisde, was het 19e eeuwse kasteel afgebeeld. Andere schilderijen waren vooral portretten van vroegere bewoners. Op een tafel stonden nog enige glazen halflege flessen wijn, alsof de bewoners zojuist van een jachtpartij waren teruggekeerd. Een oude overlevering vertelt hoe de 'zwarte dood'(de pest)het slot was binnengekomen. De vreselijke ziekte heerste al enige tijd in de wijde omgeving maar de kasteelbewoners en hun gasten vierden feest alsof er niets aan de hand was. Niemand werd in het slot toegelaten, behalve uiteindelijk een arme waarzegster en met haar komst was de burcht met zijn zorgeloze feestvierders verdoemd. Binnen enige dagen was iedereen besmet en ten dode opgeschreven.... Kasteel Borculo had geen roemruchte geschiedenis. Het lag even ten oosten van het gelijknamige stadje en bereikte in 1640 zijn grootste omvang. Het gebouw werd 120 jaar later voor het grootste deel gesloopt. In de 19e eeuw verdween het restant. Kasteel Bronkhorst lag aan de IJssel, bij het gelijknamige ministadje, en behoorde lange tijd tot het gelijknamige geslacht dat in de Middeleeuwen een lange en felle strijd voerde met de Van Heeckerens. In 1829 werd het slot gesloopt en bleef er slechts een burchtheuvel over. De Swanenburcht lag nog tot in de 18e eeuw als een trots kasteel aan de Oude IJssel bij Gendringen. Sindsdien is het verval geleidelijk ingetreden. Veertig jaar geleden was er nog een half, zwaar beschadigd torentje waarvan als poedig niets meer te zien was.