maandag 29 juni 2015

BELANGRIJKE BOEKEN OVER STONEHENGE

Stonehenge- Mike Parker Pearson (London,2012). Gedurende zeven jaren onderzochten honderden archeologen van het Stonehenge Riversite Project de wijde omgeving van Stonehenge en voor het eerst leverde dit allerlei bijzondere details op over het leven van de neolithische bevolking die de monumenten bouwde. De leider van het onderzoek, Mike Parker Pearson beschrijft in dit boek zijn spectaculaire bevindingen waarvoor hij ook in heel Groot Brittanniƫ naar bewijs- en vergelijkingsmateriaal zocht. Het leest als een roman waarin je reiziger wordt in een bijzonder land van 45 eeuwen geleden. Chalkland-Andrew Lawson (Salisbury 2007) Een uitvoerig overzicht van de evoltie van het landschap van Stonehenge vanaf de vroegste prehistorie tot op heden en een gedetailleerde beschrijving van de talloze archeogische monumenten. Een naslagwerk!

maandag 15 juni 2015

DE BLASKETS ISLANDS, HET UITERSTE WESTEN VAN IERLAND

DE KELTEN

In het midden van de 19e eeuw werden in het Oostenrijkse plaatsje Hallstatt bijna 900 graven blootgelegd van een bevolking die al sinds de 10e eeuw voor Christus mijnen groef in de nabijgelegen bergen waar zich kostbare zoutlagen bevonden. In de graven werden veel ijzeren wapens en werktuigen aangetroffen, zoveel dat archeologen later besloten om deze vondsten als de eerste karakteristieke bewijzen voor de IJzertijd aan te merken. Mijnwerkersgereedschappen diep uit de krochten van de aarde herinneren aan het zware werk dat hier verzet werd.
Met de vondsten uit Hallstatt traden de Kelten voor het eerst in het licht van de historie. Vanaf ongeveer 700 voor Christus zouden zij vanuit Oostenrijk en Zuid-Duitsland naar alle windrichtingen uitwaaieren, steeds verder op zoek naar nieuwe landbouwgronden. Zij vonden de ijzeren ploeg uit waardoor ook moeilijk bewerkbare bodems te lijf konden worden gegaan. Na vier eeuwen woonden hun nazaten langs alle westelijke kusten van de Atlantische Oceaan, van Ierland tot in Portugal. In het zuiden vond men hun nederzettingen tot in Noord-Italiƫ en in het oosten tot diep in Turkije. Overal waren hun, soms kolossale heuvelforten en vorstengraven met rijke inhoud te vinden.
De Kelten waren niet uit op het stichten van een rijk. Elke stam had zijn eigen grondgebied en er was regelmatig onderlinge strijd. Zij hadden groot respect voor de hen omringende natuur die bevolkt werd door talloze goden en godinnen die in wouden, rivieren, meren en bergen huisden. Vooral in de Ierse en Welshe mythologie is veel bewaard gebleven van hun wereldbeeld en religie. Hun lot was dat in de eeuwen waarin zij een groot deel van Europa veroverden er in het zuiden een stad was die hetzelfde doel voor ogen had: Rome. In de eeuwen die volgden zou de strijd met de Romeinen in al hun gebieden uitbreken.

woensdag 10 juni 2015

MOUNT SNOWDON BEKLIMMEN

Het was niet ver lopen naar het pad dat naar de top van Mount Snowdon leidde, zei de vriendelijke eigenaresse van het B&B-adres Plas-Y-Coed/ Vijf kilometer dus en toen 1000 meter om hoog en weer omlaag over een afstand van 10 kilometer.Adembenemende uitzichten en weer terug bij de open haard en een potje bier.

dinsdag 9 juni 2015

HEKSENVERVOLGINGEN, MOEDERKOORN EN JEROEN BOSCH

Heksenvervolgingen vonden vooral in angstige tijden. In oorlogen, na misoogsten, de uitbraak van een besmettelijke ziekte en andere rampen regeerde de angst en werd gezocht naar zondebokken. Vaak waren dat magiers en tovenaressen die weliswaar in elk dorp te vinden waren maar toch als 'andere' mensen bekeken werden. In rustige tijden maakte men gebruik van hun kennis van genezende kruiden en andere helende middelen, maar bij rampen zag men hen als degenen die ongeluk en mislukte oogsten veroorzaakten. Het eten van verrot graan(moederkoorn), vooral rogge, bracht ernstige krampen en het samentrekken van de bloedbaan teweeg waardoor lichaamsdelen konden afsterven. De gifstoffen bewerkstelligden ook ernstige hallucinaties en uiteindelijk krankzinnigheid. Deze verschijnselen werden ergotisme of St.Anthoniusvuur genoemd.Er wordt verondersteld dat de schilder Jeroen Bosch er in zijn jeugd kortstondig aan geleden heeft. Ook heeft hij waarschijnlijk de grote stadsbrand van 's Hertogenbosch in 1463 meegmaakt. Wellicht waren deze ervaringen de reden dat hij veel branden en voorstellingen van de hel in zijn schilderijen verwerkt heeft. De gevolgen van ergotisme zijn in een aantal gevallen toegeschreven aan het werk van heksen, o.a. in Salem(V.S.), die daardoor geslachtofferd werden. Toch waren de verschijnselen van moederkoorn in de late middeleeuwen niet onbekend bij medici en alchemisten. Verstrekt in een geringe dosis kon de gifstof zelfs helend werken. Frappant is dat men al in de prehistorie over deze kennis beschikte. Archeologen hebben vastgesteld dat de maaginhoud van opgegraven veenlijken uit Engeland en Ierland sporen van ergot bevatte. De slachtoffers waren drievoudig vermoord door middel van een harde klap op hun hoofd, een steek met een scherp wapen in hun borst en wurging met een touw. Heeft men destijds deze ellende willen verzachten door hen in een hallucinerende waan te brengen waardoor de pijn niet of nauwelijks meer gevoeld werd? Het lijken berichten uit 'barbaarse' tijden, maar in 1941 werd op grond van in principe dezelfde kennis LSD ontdekt!